In december was ik op het congres Open Educa Berlijn. Ik volgde hier een lezing van Patti Shank. De lezing heette ‘Managing memory for deeper learning’. Het idee is als volgt. Bij het ontwikkelen van onderwijs moet je rekening houden met hoe het geheugen werkt. Want als je dat doet, dan kan je student beter leren.
Als ontwikkelaar van onderwijs is dat natuurlijk wat je wil. Maar hoe bereik je dit? Eerst moet je iets weten over hoe het geheugen werkt. Patti Shank gebruikt een mooie vergelijking hiervoor. Stel je het geheugen voor als een fles die je wil vullen. Materiaal moet dan eerst door de hals. Hiervoor gelden wat regels.
– Hoe kleiner het materiaal dat er door gaat, hoe gemakkelijker de fles zich vult.
– Wanneer je te veel materiaal tegelijk door de hals wil duwen, ontstaat er een opstopping.
– Hoe gladder het materiaal, hoe gemakkelijker het door de hals kan.
Voor het geheugen werkt dit hetzelfde. Kleine stukjes informatie worden gemakkelijker opgenomen dan grote. Er ontstaat een soort opstopping wanneer je probeert om te veel informatie in een keer aan te bieden. Je moet ervan uitgaan dat je hooguit vier stuks informatie in een keer kan opnemen. Als laatste kan informatie gemakkelijk of juist minder gemakkelijk worden opgenomen. Met name dit vond ik interessant. Lesstof opdelen en gespreid aanbieden is bekend. Maar hoe maak je nieuwe informatie als het ware ‘glad’? Leesbaarheid is hierop een van de antwoorden. Moeilijk leesbare tekst kan ervoor zorgen dat informatie niet goed wordt opgenomen in het geheugen. Met de Flesch Reading Ease Score controleer je tekst op leesbaarheid. De test kijkt in een tekst naar moeilijke woorden en de lengte van zinnen. Ik kende de test niet. Daarom nam ik de proef op de som met de tekst die je nu leest.
Een goed leesbare tekst heeft een score tussen de 60 en 69. De eerste score kwam uit op 50,2. Dit verbaasde me. Ik had mijn best gedaan om korte zinnen te formuleren en moeilijke woorden te omzeilen. Wel stonden er wat Engelse woorden in de tekst, omdat de workshop in het Engels werd gegeven. Na het inkorten van de tekst kwam de tweede score uit op 56,4. Om dit te bereiken had ik lange zinnen in tweeën gesplitst. Moeilijke en Engelse woorden had ik vervangen. Ik was alleen nog niet tevreden. Ik moest de 60 toch kunnen halen? De derde tekst was nog korter. Elke zin was inmiddels opgesplitst. Uit de test kwam nu een score van 59,3. Dit vond ik voor nu goed genoeg. Het toont wel aan hoe lastig het is om toegankelijk te schrijven.
Belangrijkste leerpunten. Gebruik een zin voor maximaal een boodschap tegelijkertijd. Een zin met een komma? Kijk of het niet beter twee zinnen kunnen worden. Bedenk bij alle woorden of er alternatieven zijn die gemakkelijker zijn. En bedenk vooral welke informatie echt nodig is. Niet echt nodig? Dan schrappen.
Ook testen of je tekst leesbaar is? Gebruik readabilityformulas.com voor een gratis check.