De afgelopen tijd heb ik me verdiept in de vraag: ‘Hoe kan VR van meerwaarde zijn in online onderwijs?’. Mijn eigen VR ervaring was nog beperkt. Daarom volgde ik een workshop bij het Virtual Reality Learning Lab in Leiden door Robin de Lange en bezocht een inspiratiemiddag van het Centre for Innovation van Universiteit Leiden over dit thema. Een aantal zaken zijn me in het bijzonder bijgebleven. Deze deel ik graag met jullie.
-
VR wordt ook wel ‘The ultimate empathy machine’ genoemd. Een VR ervaring kan echte en sterke emoties oproepen. In een VR ervaring ben je namelijk niet per se jezelf. Je kunt de ervaring beleven als (onder andere) de hoofdpersoon in het verhaal. Je beleeft, voelt en ervaart dan wat de hoofdpersoon ervaart. Op een gegeven moment zette Robin mij in een Indiase trein. Ik bekeek het verhaal door de ogen van een Indiaas meisje. Zij (of eigenlijk ik) zat op een stoel tegen het raam. Om haar heen zaten een stuk of 15 Indiase mannen. In de trein was het stil, je hoorde alleen het geluid van de trein en de ademhaling van de mannen in de trein. Zij keken onafgebroken indringend naar haar, maar ik beleefde het alsof ze naar mij keken. Het beklemmende, ongemakkelijke en onveilige gevoel dat hierbij hoorde overviel me; ik had niet gedacht dat VR zo’n levensechte ervaring kon oproepen. Ik vind dit een indrukwekkende eigenschap van VR.
-
Met VR kun je vaardigheden oefenen die in het echte leven lastig te oefenen zijn. Een mooi voorbeeld werd gegeven op de inspiratiemiddag van Universiteit Leiden. Door toekomstige eerste hulp verpleegkundigen of artsen in een virtuele eerste hulp omgeving te plaatsen, kunnen zij alvast wennen aan de hectiek en stress van een echte crisissituatie op de eerste hulp en leren onder druk keuzes te maken. Bij uitstek vaardigheden die lastig te oefenen zijn in een echte crisissituatie.
-
De hersenen werken ruimtelijk. VR kan helpen bij het onthouden van informatie die van nature 3-dimensionaal is. Denk bijvoorbeeld aan het menselijk lichaam. VR en AR kunnen studenten de mogelijkheid bieden om de naamgeving en werking van botten/spieren/gewrichten beter te leren en begrijpen.
-
In een VR omgeving kan je samenwerken. Hiervoor zijn van allerlei mogelijkheden. Zo kun je in een ruimte samenkomen (als avatars) en informatie delen en communiceren over je koptelefoon. Je hebt hierbij continue een VR bril op. Ik heb ook een optie gezien waarin je je als student bevindt in een 360° klaslokaal, met meerdere borden om informatie op te delen of deelnemers op te projecteren, waarbij de studenten elkaar zien zoals in een conference tool via de webcam. Hiervoor is geen VR bril nodig.
-
Bovenstaande opties vragen om professionele begeleiding. Maar je kan ook zelf aan de slag met VR. Zo is een 360° camera al voor zo’n 500 euro beschikbaar, en kun je redelijk goede kwaliteit foto’s en opnames maken en ‘stitchen’. Een VR bril heb je ook al vanaf 50 euro. Er zijn verschillende programma’s beschikbaar waarmee je een interactieve laag kan aanbrengen op de video of de foto. Daarin kun je bijvoorbeeld aanvullend videomateriaal, vragen en uitleg toevoegen waarmee de student aan de slag kan. Dit is ook heel geschikt voor een virtuele tour van bijvoorbeeld een toekomstige werkplek of stage-omgeving. Ander voordeel is dat je deze opnames kunt bekijken met een VR bril, maar dat het niet per se nodig is. Je kunt ook je scherm rond bewegen om een volledig beeld te krijgen van de virtuele omgeving. De beleving wordt wel minder impactvol overigens.
De meerwaarde van VR in het online onderwijs vind ik nog een lastige. VR kan echte (emotionele) impact hebben. Voor online onderwijs betekent dit dat het de betrokkenheid van de student bij de leerervaring kan vergroten, wat wel heel waardevol kan zijn. Toch zou ik het zelf daar nog niet zo snel voor inzetten, omdat het gebruik van de hardware (zoals een wat meer geavanceerde VR bril) vraagt om een zekere vaardigheid van de gebruiker. Bij online onderwijs is er minder direct support mogelijk bij het gebruik hiervan. Voor studenten met minder affiniteit op dit vlak kan deze vorm van onderwijs daarmee ook een struikelblok vormen of afleiden van het onderwijs zelf. In een klassikale setting is dit gemakkelijker.
Daarnaast is deze vorm van VR nog vrij kostbaar. Je moet dus ook echt goed nadenken over waar je het in het onderwijs wil inzetten en of het daar echt van meerwaarde is. De mogelijkheden van een 360° camera vind ik wel interessant. Ook hier geldt dat je goed moet nadenken over waarvoor je het inzet en wat het oplevert, maar hier kun je –gezien de overzichtelijke kosten- gemakkelijker mee experimenteren.
Qua online samenwerking in een virtual classroom; VR kent aantrekkelijke mogelijkheden. Ik vind het echter een nadeel dat je te maken hebt met avatars. Het online werken met ‘echte’ mensen heeft naar mijn idee een positievere impact op de studentbetrokkenheid. Ik zou dan toch eerder inzetten op de wat minder hippe, maar toch goed functionerende conference tools. En het samenwerken op een andere manier vorm geven. Maar ik laat me natuurlijk graag overtuigen van het tegendeel!
In december was ik op het congres Open Educa Berlijn. Ik volgde hier een lezing van Patti Shank. De lezing heette ‘Managing memory for deeper learning’. Het idee is als volgt. Bij het ontwikkelen van onderwijs moet je rekening houden met hoe het geheugen werkt. Want als je dat doet, dan kan je student beter leren.
Als ontwikkelaar van onderwijs is dat natuurlijk wat je wil. Maar hoe bereik je dit? Eerst moet je iets weten over hoe het geheugen werkt. Patti Shank gebruikt een mooie vergelijking hiervoor. Stel je het geheugen voor als een fles die je wil vullen. Materiaal moet dan eerst door de hals. Hiervoor gelden wat regels.
– Hoe kleiner het materiaal dat er door gaat, hoe gemakkelijker de fles zich vult.
– Wanneer je te veel materiaal tegelijk door de hals wil duwen, ontstaat er een opstopping.
– Hoe gladder het materiaal, hoe gemakkelijker het door de hals kan.
Voor het geheugen werkt dit hetzelfde. Kleine stukjes informatie worden gemakkelijker opgenomen dan grote. Er ontstaat een soort opstopping wanneer je probeert om te veel informatie in een keer aan te bieden. Je moet ervan uitgaan dat je hooguit vier stuks informatie in een keer kan opnemen. Als laatste kan informatie gemakkelijk of juist minder gemakkelijk worden opgenomen. Met name dit vond ik interessant. Lesstof opdelen en gespreid aanbieden is bekend. Maar hoe maak je nieuwe informatie als het ware ‘glad’? Leesbaarheid is hierop een van de antwoorden. Moeilijk leesbare tekst kan ervoor zorgen dat informatie niet goed wordt opgenomen in het geheugen. Met de Flesch Reading Ease Score controleer je tekst op leesbaarheid. De test kijkt in een tekst naar moeilijke woorden en de lengte van zinnen. Ik kende de test niet. Daarom nam ik de proef op de som met de tekst die je nu leest.
Een goed leesbare tekst heeft een score tussen de 60 en 69. De eerste score kwam uit op 50,2. Dit verbaasde me. Ik had mijn best gedaan om korte zinnen te formuleren en moeilijke woorden te omzeilen. Wel stonden er wat Engelse woorden in de tekst, omdat de workshop in het Engels werd gegeven. Na het inkorten van de tekst kwam de tweede score uit op 56,4. Om dit te bereiken had ik lange zinnen in tweeën gesplitst. Moeilijke en Engelse woorden had ik vervangen. Ik was alleen nog niet tevreden. Ik moest de 60 toch kunnen halen? De derde tekst was nog korter. Elke zin was inmiddels opgesplitst. Uit de test kwam nu een score van 59,3. Dit vond ik voor nu goed genoeg. Het toont wel aan hoe lastig het is om toegankelijk te schrijven.
Belangrijkste leerpunten. Gebruik een zin voor maximaal een boodschap tegelijkertijd. Een zin met een komma? Kijk of het niet beter twee zinnen kunnen worden. Bedenk bij alle woorden of er alternatieven zijn die gemakkelijker zijn. En bedenk vooral welke informatie echt nodig is. Niet echt nodig? Dan schrappen.
Ook testen of je tekst leesbaar is? Gebruik readabilityformulas.com voor een gratis check.